vtvnooitgedacht.nl

De tuinder heeft een directe relatie met ver- gankelijke kringlopen. Planten sterven, planten zaaien zich uit op verkeerde plek- ken, woekeren, het gemaaide gras. Het materiaal hoopt zich kortom op en een tuinseizoen later kan het worden uitgereden als compost. Bomen worden gesnoeid en het hout stapelt zich op voor de houtkachel. Het tuinieren is ook bij uitstek een bezigheid voor individuen. Het werk in de tuin verlangt dit. Zelfs wanneer je gezamenlijk in de tuin werkt, is de blik gericht op de aarde, de boom, het gras, het knippen van bloemen, het plukken van appels. Je werkt samen, maar je zwijgt. Daar waar deze twee elkaar kruisen, de cycli van vergankelijkheid en de onvermijdelijke enkelvoud van tuinieren, is de economie van het tuinonderhoud het meest zichtbaar.


Er is wel het een en ander veranderd, zeker in honderd jaar, maar in de basis volgt de tuinder de weg van minste weerstand. Mankracht en energie vormen nou eenmaal de beperkende factoren in het bereik. Het gebruik van machines doet daaraan veel, edoch binnen een autoluwe tuinvereniging als Nooit Gedacht blijft de uitwerking daarvan enigszins beperkt. Dit resulteert in sporen die bijna zijn te lezen als de jaarringen van een boom. Wandelend over het terrein van Nooit Gedacht had men kort voor het honderdjarig jubileum ter hoogte van het gemeenschappelijke schuurtje nog een kleine ergernis gevonden.

Geheel aan de rand van de bestrating glom tussen het tegelpatroon een donkere cirkel. Ze stak niet uit, maar als oneffenheid in het plaveisel heeft ze af en toe passanten uit balans gebracht. Het bleek bij navraag te gaan om een omgezaagde Leyland cipres (Cupressus leylandii), die hier gezien de af- metingen van de stronk in de hoogtij dagen van de Cupressus macrocarpa ‘Keownii’ zal zijn neer gezet. Dit is een van de ruim veertig verschijningsvormen die de Leyland cipres rijk is. De bomen worden in de volksmond vaak coniferen genoemd, om het ge- ringe onderscheid dat men in het dagelijks leven tussen bomen maakt nog maar eens te onderstrepen. Interessant is dat het hier gaat om een hybride. De boom kan alleen worden vermeerderd door te stekken en is in 1888 door toeval spontaan ontstaan uit een kruisbestuiving van een Nootka cipres (Hesperocyparis nootkatensis) en een Monterrey cipres (Cupressus macrocarpa) op het landgoed van bankier Christopher Leyland, Leighton Hall.

Edward Kemp was als landschapsarchitect in de arm genomen om het landgoed vorm te geven. Hij bracht verschillende soorten Ame- rikaanse kegeldragende bomen naar Wales. Bomen die in hun natuurlijke habitat hon- derden kilometers uiteen stonden. Al sinds de jaren twintig van de twintigste eeuw wor- den de bomen verkocht, maar de hierboven genoemde variatie ‘Keownii’, genoemd naar de directeur van arboretum Castlewellan in Noord-Ierland werd in de jaren zeventig over de hele wereld actief aan de man gebracht.

We verplaatsen ons verder over het terrein en staan even stil bij de aangrenzende tuin 1. Achter het huisje aan de slootzijde liggen te- gels afkomstig van het RET-terrein dat aan de westzijde van de Laan van Nooitgedacht lag. Nu liggen daar het Manegelaantje en de Laan van Weltevreden. De tramlus die in 1982 werd opgeruimd ten bate van de aan- sluiting met de burgemeester Oudlaan en het ontginnen van de grond ten gunste van woningbouw liet enkele 30x30cm betontegels na met een inscriptie aan de onderzijde.

De familie Van der Horst die hun eerste huis- je opbouwde met materialen van een buiten gebruik geraakte noodschool aan de Assen- delftstraat, toog met pony en wagen naar het terrein om de materialen veilig te stellen. De pony zelf stond in een weiland achter de tuin. Ook het huisje op tuin 2 is met verzamelde materialen gebouwd. Hier zou het gaan om hout van de spoorwegen. Misschien is het hout midden jaren ’50 vrijgekomen bij het aanleggen van toenmalige rijksweg 3 - thans de Bosdreef - een traject waarover eerder het verbindingsspoor of de ceintuurbaan liep.

In De Oud Rotterdammer van 10 november 2009 worden herinneringen opgehaald van volkstuinen die hieraan waren gelegen. Op tuin twee is nog meer te vinden. Er staat een koude kas met wangen van beton, zeer waarschijnlijk verkregen uit de nabije omgeving bij een van de komkommerkwekers die actief waren aan de ’s Gravenweg. Daarnaast wordt het middenpad begeleid door bewerkte natuursteen. Niet zelden konden luxe materialen als deze betrokken worden doordat ze ge- breken vertoonden en onverkoopbaar waren. Iets verderop in tuin 6 bevindt zich een betonnen put. Een restant van het glastuindersverleden dat hier ook ligt? De put verraadt niets, slechts een cirkel in het gras. Tuin 7 is naar een oorspronkelijk ontwerp uit de jaren vijftig. Het heeft iets weg van een ontwerp van Wim Boer.2 Rechte stukken gras om- zoomd met struiken en bomen. Ontwerpen voor een geparametriseerde wereld. Een wereld van lucht, licht en ruimte met een lieflijke invulling van rozenstruiken en perenbomen.

Hoezeer je kunt zien dat Nooit Gedacht inmiddels in een waterbergingsgebied ligt - bij het minste geringste - staat er water op het grindtegelpad, is deze tuin een oud-voorzitter waardig. Door naar tuin 8. Vanaf het paadje straalt een Maya-blauwe façade ons toe. Als we iets verder lopen, verraadt het zich als een decorated shed, de ornamentiek van de gevel staat los van de ruimtelijke organisatie die er- achter schuilgaat.3 Zo blijkt het zadeldak dat hier ogenschijnlijk aanwezig is, geheel niet te bestaan, maar is er in de beste architectonische tradities een fopgevel opgetrokken op een anderszins rechthoekig doosje, voorzien van een lessenaarsdak.

Het lijkt een postmo- dern gebaar, met mogelijk kritische kantte- keningen op het huishoudreglement, maar past ook in de tuin als een folly, zoals in een Engelse landschapstuin, waar vanuit vooral suggestie gaat, hier een louter positieve. Het architectonische gebaar dat zijn weg vindt op de volkstuin, een thema dat zo weinig is besproken. Met de ingreep destijds heeft het in principe afgeschreven huisje letterlijk een tweede leven gekregen.

In tuin 10 is veel van het aangetroffen materiaal min of meer noodgedwongen hergebruikt. In de meest voorzichtige schattingen kwam het gewicht van de verplaatste beton elementen - tegels, bakken, beelden4 - ruim boven de twee-en-een-halve ton uit. Daarnaast zijn er kilo’s schroeven en stapels hout opnieuw toegepast. De gekozen oplossingen voor de herinrichting van de tuin zijn door het ge- brek aan geautomatiseerd vervoer gekleurd. Een erfenis voor later. Onder het huisje van tuin 14 liggen grafstenen. Een schipper op de tuin wist te vertellen dat de gebroken en verkeerd gegraveerde stenen afkomstig zijn van steenhouwers in de Rotterdamse haven.

En dan tuin 15. Deze tuin is voor het groot- ste gedeelte tot drie spaden diep afgegraven. Reikhalzend werd uitgekeken naar tal van spectaculaire vondsten. Grond die nooit eer- der zo grondig was gekeerd. Het leek er op een heuse archeologische vindplaats. Nauwgezet is de grond uitgestoken en verplaatst. Iedere vierkante centimeter is bekeken, Maar het zijn voornamelijk scherven die werden opgegraven. Scherven die met een beetje ge- luk in iedere tuin boven komen drijven. Van een Keulse pot of een chinees ogend servies uit een van de grote Europese aardewerkstreken. En natuurlijk pijpenkoppen uit Gouda, de langs de Kralingseweg gelegen Ringvaart voert door tal van nieuwbouwwijken, maar uiteindelijk geraak je in Gouda.

Het opmerkelijkste waren misschien toch de flarden van een poster, die na jaren onder de grond, door het gebrek aan zuurstof juist vergenoeg waren verteerd om de mededeling die erop staat niet te kunnen achterhalen. Iets met autobanden afkomstig van de autosloperij op het ter- rein van de voormalig stoomtouwslagerij, nu Tijs van Zeventerstraat? Van dit gebied is zo weinig in kaart gebracht Een magistrale eik uit de periode dat dit het einde van het complex was siert tuin 22. De boom is zonder meer de grootste op het complex en laat zendelingen jaarlijks potentiële vervangers zaai- en. Deze zendelingen zijn met name Vlaamse gaai en bosmuis. De Vlaamse gaai brengt de eikels over grotere afstand, soms enkele kilometers ver. Stel je voor! De bosmuis verspreidt de eikels binnen een straal van vijftig meter van de boom. Deze boom lijkt andere aan te trekken. Er is duidelijk sprake van een concentratie.

Zeker met de onlangs gekapte berk aan de waterzijde langs het paadje kan je spreken van een ontspannen bosrijke sfeer, daar waar men in het gemeen open tuinen vindt op het complex. Dat achter de eik inderdaad een voormalige grens lag, is ook goed af te lezen aan de hekjes van tuinen 24 tot en met 28. Op een uitzondering na zijn deze identiek. Wat graafwerk in het archief levert op dat er is gestudeerd op de mogelijkheid om alle zes de tuinen van de Laan van Weltevreden over te hevelen. Eenmaal geprojecteerd op de beschikbare 1537m2 zal dit plan tot zoveel discussie hebben geleid dat er vanaf is gezien. De hekjes stammen nog uit de tijd van de verhuizing in 1988. 

We hebben het pad afgelopen en hebben onderweg aanwijzingen verzameld, sommige hebben we geprobeerd te duiden. Andere waren als rook in de handen en vervlogen bij iedere poging daartoe. We hebben ons geïnformeerd over de achtergrond van volkstuinen. En we raadden naar de oorsprong van de jubilaris. Hebben we ons voldoende verplaatst in de zielsroerselen van de leden, van de tuinders, om te begrijpen, niet zozeer het wezen van de tuinder, maar misschien zijn fantasie? Wie waren de mensen die met klembord in de hand per tuin rapport op- maakten over de staat van het onderhoud? Wie beet zich vast in de taaie stukken van de Rotterdamse Bond van Volkstuinders, waarvan Nooit Gedacht sinds mensenheugenis een bondgenoot is? Gelijk iedere andere vereniging is er het georganiseerde verenigingsleven waarin bijvoorbeeld wordt vastgehouden aan bepaalde afmetingen van de compulsieve ligusterhaagjes. 40 x 60 centimeter.

Een concreter uiting van de fantasie van de doelstelling is niet denkbaar - 40 x 60 centimeter! “De vereniging heeft tot doel het bevorderen van de volkstuinderij als nut en ontspanning in het algemeen en in het bijzonder het behartigen van de belangen van de bij haar aangesloten ledenvolkstuinders.” De weg hier naartoe zit vol ongevoeligheden. 

Zoals de visitatiecommissie die bezoeken aflegt en alleenstaande vrouwen met klem ontraadt lid te worden. Zoals het ongepast opnemen van een woonhuis in gemaakte uitbreidingsplannen. Of misschien zelfs het royement van de bioloog die experimenteert met brandnetels. Hoewel dit toegepaste voorstellingsvermogen over de afgelopen honderd jaar als een zwenkwiel het paadje op en af is gereden, kunnen we fier zijn op het resultaat.

 

NOTEN:

1  Manual of cultivated conifers - Gerd Krüssmann Timber Press, 1985. p.101

2  Gerritjan Deunk - Het tuinboek Nederland. Bussum, Toth 2008, p. 51

3  Learning from Las Vegas: the forgotten symbolism of architectural form - Robert Venturi, Denise Scott Brown, Steven Izenour MIT Press, Cambridge, MA, 1980, p. 87.

4  De beelden tegels en bloembakken zijn voor het grootste gedeelte op het complex gebleven en verspreid over een aantal tuinen.

Reacties